BAVI Jeugd
Objectieven van de jeugdopleiding
De basis van een basketbalspeler van niveau wordt reeds gelegd
op jonge leeftijd.
Bij de –12 jarigen ((pre)microben en benjamins) moet de
spelvreugde primeren. De spelers vermaken zich en leren samen spelen met andere
kinderen. De trainingen zijn aangepast aan de noden van het kind. Kinderen
hebben recht op een pedagogisch verantwoorde begeleiding. De technische
vaardigheden die deel uitmaken van het jaarplan worden leeftijdsgericht
aangebracht. Spelvormen, aangepast aan de psychomotorische ontwikkeling van het
kind, kunnen gebruikt worden om het beoogde resultaat te bekomen. Vermaak en
spel zijn een tool om al vanaf jonge leeftijd spelers op te leiden tot
volwaardige basketters. Iedereen laten deelnemen aan het spel is de regel. De
club investeert in zijn spelers.
Het winnen van een wedstrijd is daarom nooit een doel op zich. Competitie spelen
en trainen zijn slechts een onderdeel van een hoger doel: het opleiden van elk
individu tot een zo goed mogelijke basketbalspeler.
Bij de pupillen en miniemen – de U16 groep - komen we in de sportspecifieke ontwikkeling en willen we ŕlle voor basketbal op niveau nodige technieken aanleren. We leren aan, automatiseren en perfectioneren. De juiste fundamentals, het verstaan van onze basketbal terreinvisie, het ontwikkelen van fysieke en mentale mogelijkheden, het omgaan met een competitiegeest, kortom, de volledige ontplooiing tot topsporter, moet al in een vroeg stadium op de juiste manier begeleid worden, wil hij zijn kansen tot doorstoten tot de top zo hoog mogelijk houden, dit tot het einde van zijn jeugdopleiding bij de juniors. Quick decision en Read the defense zijn de norm voor techniekbeheersing. We blijven polyvalent opleiden maar het resultaat wordt belangrijker. Iedereen heeft recht op speeltijd, maar iedereen speelt zéker niet evenveel. De club kijkt uit naar jeugdige talenten uit de regio, ter uitbouw van haar landelijke teams.
Vanaf kadetten maken we een onderscheid tussen recreatieve begeleiding en doorgedreven training. Voor de eersten is een wedstrijdje spelen het belangrijkste gegeven. De trainingskwantiteit daalt ten voordele van andere interesses (provinciaal). Bij de tweeden ligt de trainingsintensiteit en –kwantiteit hoger (landelijk). Afhankelijk van talent en fysieke ontwikkeling zijn de landelijke cadetten en juniors teams de ideale wipplank naar een hoger niveau. Spelritme en ervaring opdoen zijn een noodzakelijke factor in de ontwikkeling. De trainer heeft als doel een uitgebalanceerd team te vormen, nog steeds met de verdere ontwikkeling van de speler centraal. Deel uitmaken van deze teams garandeert geen enkele speeltijd. Spelers krijgen geen speeltijd, spelers verdienen ze.